vrijdag 2 juni 2017

Mensenrechten, pragmatisch bekeken


Als er weer eens duizend of tienduizend vluchtelingen vanuit Syrië of Afrika naar Europa komen, en daar door hulporganisaties over wordt gejuicht, dan voel ik me altijd een beetje ongemakkelijk en beschaamd. Ik kan dat enthousiasme echt niet opbrengen.

Iets stoot me af in die enthousiaste mensen. Er kleeft iets hopeloos naïefs aan de gedachte dat je grenzeloos, volledig open moet staan voor iedere vluchteling die zich aandient. En een onderschatting van wat er nodig is om een samenleving draaiende te houden zoals ik hem waardeer, met goede rechtspraak, functionerende politiek (meestal), verantwoorde jeugdzorg en deugdelijk onderwijs. Dat blijkt al moeilijk genoeg, extra belasting kan de zaak zomaar ontwrichten.

Maar ik weet natuurlijk ook dat veel van de vluchtelingen niet voor hun lol op de vlucht zijn en dat het een plicht is hen op te vangen. En dat wij hier – zeker materieel gezien – best wat kunnen missen. Vandaar dat ongemakkelijke gevoel.

Maar onlangs kwam ik ideeën tegen over vluchtelingenopvang waarvoor ik zowaar enigszins warm liep, waardoor ook dat ongemakkelijke gevoel verminderde. Dat zijn ideeën om de opvang meer pragmatisch te organiseren, afkomstig van de Canadese hoogleraar internationaal vluchtelingenrecht James Hathaway.

Het pragmatische deel bestaat erin dat hij voorstelt om vluchtelingen toe te laten zonder obstakels op te werpen, ze niet op te sluiten maar ze economisch te laten meedoen, ze snel een tijdelijke verblijfsvergunning te geven en te verdelen over alle opvangende landen.

Daarvoor is er in zijn voorstel – en dat is wellicht niet zo haalbaar en daarom minder pragmatisch – een wereldbrede organisatie nodig die de verdeling regelt, en die zorgt dat je, waar je ook aankomt als vluchteling, overal hetzelfde antwoord krijgt op je asielclaim.

Wat me aanspreekt is de achterliggende diagnose van Hathaway van het tekortschietende huidige systeem: “We moeten af van de ingewikkelde, kostbare beoordelingen per individu. Dat kost veel te veel geld dat opgaat aan advocaten, bureaucratie en de detentie van mensen”. Hij doelt hiermee op de beoordelingen die zijn gebaseerd op de in principe oneindige menselijke waardigheid van ieder individu, zoals neergelegd in de Verklaring van de Rechten van de mens.

Kennelijk zit de angel wat mij betreft voor een groot deel in het iconische plaatje van mensenrechten dat gehanteerd wordt. Het absolute karakter daarvan doet gedateerd aan, als product van een idealistische humanistische traditie die aan herijking toe is. De totaalheid van de bescherming van het individu volgens het Vluchtelingenverdrag is in mijn ogen net zo achterhaald als bijvoorbeeld het absolute idee van gezondheid volgens de Wereldgezondheidsraad, dat niet toevallig ook stamt uit de jaren vijftig van de vorige eeuw. De WHO definieerde gezondheid toen als ‘a state of total physical and mental well-being’,  maar inmiddels gebruikt men daar het meer pragmatische concept van ‘positieve gezondheid’, omschreven als ‘de capaciteit om je aan te passen”.

Daarom spreekt mij Hathaway’s voorstel aan om, net zoals op het terrein van de gezondheid de absoluutheid ingeruild wordt voor een meer pragmatische benadering, op het terrein van de vluchtelingenrechten het idee van perfectie te verlaten.

Wat Hathaway betreft maken in de vluchtelingenopvang de Mercedessen plaats voor fietsen. “De Mercedessen voor de 10 procent worden afgeschaft, maar in plaats daarvan krijgt wel iedereen een fiets. Perfect is het niet, maar perfectie als maatstaf is nu ook niet aan de orde.”

Afwijkend van de perfectie in zijn voorstel is bijvoorbeeld de suggestie om geen volledige keuzevrijheid meer te geven aan een vluchteling; de internationale organisatie die het hele proces begeleidt bepaalt in welk land hij tijdelijke bescherming krijgt. Afwijkend is ook dat er geen sprake is van permanent verblijf. Na ongeveer vijf jaar wordt bekeken of de vluchteling terug naar huis kan. Zo niet, dan moet worden bepaald of hij in het land kan blijven of voor hervestiging in aanmerking komt.

Zulke voorstellen vloeken met mensenrechtenverklaringen. Maar de perfectie van de bescherming zoals opgenomen in het huidige vluchtelingenverdrag zou weleens contraproductief kunnen zijn. Daarom neem ik Hathaways voorstel graag serieus.

Zie ook Levinas zoals ik hem begrijp

1 opmerking:

  1. Dag Naud,
    Ik hou van de manier waarop je indringende vragen durft te stellen en ons denkers voorstelt die pragmatisme en utopie bij elkaar proberen te houden.

    BeantwoordenVerwijderen